interview: Brutus


Onder het motto ‘trouble comes in threes’ bracht Brutus begin dit jaar wereldwijd hun debuut ‘Burst’ uit. Met verschillende buitenlandse optredens en zomerfestivals op de planning is de bal van Brutus serieus aan het rollen. Hoog tijd dus om eens aan tafel te gaan zitten met dit uiterst sympathieke trio. 

 

Jullie komen net terug van de UK en ook daar speelt Brutus meer en meer. Hoe bekend zijn jullie daar ondertussen?

Stijn: Ik denk volledig niet (lacht). We hebben wel het geluk dat we daar een aantal festivals hebben kunnen spelen. Ook gisteren stonden we op een festival en ik merkte toch wel dat er een aantal mensen waren die wilde weten wat het verhaal achter Brutus was. De tent stond in elk geval aangenaam vol.

 

Burst is uitermate goed ontvangen door pers en publiek. Legt dit geen druk op jullie schouders voor een tweede plaat?

Peter: Het ding is dat we gewoon doen wat we doen. Eigenlijk mag ik dit niet zeggen, maar of mensen de plaat nu goed vinden of niet, dat is pas achteraf belangrijk. Als wij met drie overeen komen en een plaat kunnen maken waar we alle drie ons ding hebben kunnen inleggen is die voor mij al geslaagd. Wat de mensen er van vinden als die uit is, zullen we dan wel zien.

 

‘Horde II’ en ‘Justice For Julia II’ namen jullie al eerder op. Deze twee nummers staan ook op Burst.

Stefanie: Een plaat heeft soms gewoon nummers nodig en we hadden veel meer nummers geschreven dan dat er nu op staan. We voelden dat deze twee nummers de plaat toch nog beter tot één geheel konden maken.

Stijn: Ik denk dat het ook een beetje te maken heeft met de kleine oplage aan 7 inches en cassettes waar deze nummers opstonden. De plaat is hopelijk voor vele mensen een eerste kennismaking en het zijn toch wel nummers die we al vanaf het begin goed vonden.

 

De artwork van de plaat en ook van de nummers apart bestaan uit platen, bomen,…

Stijn: Het is altijd moeilijk om dingen te beslissen omdat we alle drie een eigen mening hebben. Ook het artwork was niet gemakkelijk. We kwamen niet meteen tot een besluit wat we nu eigenlijk wilden doen. Uiteindelijk heeft Peter gewoon een reeks foto’s die ik ooit, lang geleden, in de tuin van mijn oma en opa heb gemaakt, genomen en daar iets mee gedaan. Het moet niet altijd iets mega speciaal zijn, het is ook gewoon leuk dat het nu iets persoonlijks is.

Peter: Er waren veel goeie foto’s. Eén was meteen de foto voor de plaat en de rest hebben we op elke song apart toegepast om elk nummer ook een eigen sfeer te geven. Het kwam allemaal uit één reeks en het zou te zot geweest zijn om daar maar één foto van te gebruiken.

 

Burst werd wereldwijd uitgebracht door Sargent House. Hoe zijn de reacties buiten Europa?

Peter: De mensen van Sargent House zijn laaiend enthousiast en we kregen verschillende mails uit Amerika met de vraag wanneer we daar een keer spelen. Spijtig genoeg bestaat er geen soort van meter die zegt in welke landen onze muziek werkt en in welke niet. Je brengt dan een plaat uit en die blijkt aan te slaan, maar dat is het dan ook.

Stijn: Het is eigenlijk ook een beetje een ver van onze bed show. Mijn leven bestaat uit repeteren, gaan spelen, werken en met mijn kameraden toffe dingen doen. Ik sta er niet meteen bij stil dat er nu mensen in Amerika mogelijks naar Brutus aan het luisteren zijn.

Stefanie: Ik denk wel dat er goede reacties zijn maar ik lees ze eigenlijk niet meer omdat ik slecht met negatieve reacties om kan. Je zet jezelf op een podium, dat is al een stap, en als ze je muziek dan niet goed vinden… Het is niet erg dat ik dat weet maar ik volg de reacties echt niet meer.

 

Zijn er bepaalde voordelen geweest aan de wereldwijde release?

Stefanie: Sowieso, ik denk niet dat er echt een nadeel op kan zijn. Je weet gewoon dat er meer mensen in je geloven.

Stijn: Ik vind het sowieso al een compliment dat de mensen van Sargent House dit hebben willen doen. Dat was voor mij al genoeg.

 

Jullie deden ook een aantal akoestische optredens, in hoeverre willen jullie deze nog doen of uitbreiden?

Stefanie: Het is niet dat we aan het wachten zijn tot de moment zich voordoet om het nog eens te doen, maar als we zoiets kunnen gaan doen en er is een vraag proberen we het zo goed mogelijk te realiseren. Als ze vragen om akoestisch te komen, proberen we er iets anders mee te doen dan gewoon een akoestische bas of gitaar en droge zang erover.

 

Ook op Studio Brussel brachten jullie een akoestische cover van ‘There’s A Light That Never Goes Out’ van The Smiths. Niet meteen een band of nummer dat we zouden vergelijken met Brutus.

Stefanie: We moesten een cover doen en het was Stijn zijn lievelingsliedje dus waarom niet.

Stijn: Johnny Marr is één van mijn favoriete gitaristen en ik hoop dat ik op mijn 50ste ook kan zeggen dat ik zo’n nummers heb kunnen schrijven. Voor mij is het dus een grote invloed. Ik ben enorm blij dat Stefanie dat dan wil doen met piano en zang. Je zit dan in de controlekamer en ziet ze dat nummer spelen… dat doet iets met een mens.

Peter: Dat is Brutus ook gewoon, geen one man show of stijl show. Omdat het Stijn zijn lievelingsnummer is dat door Stefanie wordt gebracht, dat is Brutus.

 

Veel Belgische podiums blijven er niet meer over voor Brutus. Welke zouden jullie graag nog doen?

Stefanie: Allemaal! Ik zou eigenlijk nog meer in Wallonië willen gaan spelen en misschien ooit Les Ardentes. Ahja, en Dunk!

Stijn: Eerlijk? Nu ga ik iets stoms zeggen, ik zou graag een keer Werchter gedaan hebben (lacht). Gewoon om dat later tegen mijn kinderen te kunnen vertellen. We hebben inderdaad al veel gespeeld maar er blijven toch nog heel wat plaatsen over die we graag zouden doen.

Peter: Voila, Dunk, Les Ardentes en Werchter.

 

Om af te sluiten: moshpits of singalongs?

Stefanie: Maakt niet uit, het publiek mag doen wat ze voelen.

Peter: Dat is wel een goede vraag want wij hebben vaak wel een kijkpubliek vind ik persoonlijk. Ik weet ook niet of onze muziek het toelaat om echt te moshen of te circlepitten. Soms staan de mensen gewoon te luisteren en dat mag natuurlijk ook.

Stijn: Het is altijd wel interessant om te zien dat er mensen vanvoor afwachtend aan het kijken zijn en dan achteraf toch naar de merch komen om dan te zeggen dat ze het super vonden. Wat ze ook doen, als ze het maar plezant vinden en zich amuseren.